Mijn man en ik

Het komt niet goed!

Ik zit aan de keukentafel. Een golf van paniek komt over me heen. Grijpt me bij de keel. Ik heb het regelmatig sinds ik de diagnose borstkanker heb gekregen. Omdat ik een second opinion heb aangevraagd bij een gespecialiseerd ziekenhuis duurt het een paar weken langer voordat ik geopereerd zal worden. De chirurg heeft me verzekerd dat dit niet uitmaakt. Maar elke dag dat het langer duurt wordt ik onrustiger. Steeds scan ik mijn lijf. Voel ik iets anders? Deze lymfeklier was gisteren toch nog niet zo dik? Ik vraag mijn man: “Lief, voel eens?” Hij voelt en verzekert me dat hij niets raars voelt. Maar ik voel het wel en barst in tranen uit. “Zie je wel”, denk ik. “Daar gaat weer een uitzaaiing.” Mijn leven schiet aan me voorbij en de gedachte dat ik onze 1-jarige dochter niet zie opgroeien maakt me wanhopig. Mijn man kijkt me hulpeloos aan en probeert wat positiefs te zeggen: “het komt wel goed, lief”. “Nee!” wil ik schreeuwen, “het komt godverdomme niet goed”, maar ik doe het niet. Hij kan het ook niet helpen. Maar het gevoel dat hij me niet begrijpt overspoelt me. Ik voel me alleen.


Begrijp me niet verkeerd: ik heb een geweldige man. Zo eentje die elk jaar leuker wordt. Zo leuk dat elke keer als ik hem weer zie, mijn hart een sprongetje maakt. Zo eentje die elke dag zegt dat ik mooi ben en elke dag zegt dat hij van me houdt. Een topman. Maar toen even niet. Ik hoopte dat hij wist wat ik nodig had, dat ik niets hoefde te zeggen en dat hij gewoon even zijn armen om me heen zou slaan en zou zeggen: “lief, het is klote en naar en onzeker en ik ben bij je.” Maar dat zei hij niet. Hij wist het niet. Hij deed het niet. En ik kón niet zeggen dat ik dat nodig had. Ik vond dat hij dat zelf moest bedenken. Hij zag toch hoe moeilijk ik het had?


Iedereen kent wel zo’n situatie. Dat je te boos bent, te verdrietig, te vast zit in jezelf om een handreiking te doen naar de ander. Armen over elkaar en weglopen. En als iemand vraagt wat er is: “niets” zeggen. Tenminste, dat is wat ik dan doe. Een ander gaat misschien ruzie maken. Hoe dan ook: afstand creëren in plaats van toenadering zoeken.


Gaandeweg mijn behandeling realiseerde ik me dat als ik die toenadering niet ging zoeken, als ik niet ging zeggen wat ik nodig had, maar er wel boos over bleef dat ik het niet kreeg, het niet goed zou gaan. Ik begreep ineens dat relaties waarin heftige dingen gebeuren kapot kunnen gaan. Je raakt elkaar zo makkelijk kwijt. Ieder heeft zijn eigen tempo van dingen behappen, ermee dealen. De een kan daarin ook iets anders nodig hebben dan de ander. Als je beiden ‘vol’ emoties zit kan het zijn dat je elkaar niet meer bereikt of begrijpt of er de ruimte niet voor hebt. Zo ernstig was het bij ons gelukkig niet, maar daar wilde ik ook niet komen. 


Vanaf dat moment ben ik aan mijn man gaan vertellen wat ik nodig had. Op het moment zelf. Op een rustige manier. Zonder verwijten. Vanuit mezelf. Echt letterlijk zo van: “ik wil dat je nu een arm om me heen slaat en me vast houdt en verder niets zegt.” En dat deed hij dan. 


Toen ik die drempel – het voelde werkelijk als een berg – eenmaal over was, leverde me dat zo veel op. Ik voelde weer verbinding met mijn man, mijn lieve man, die het ook allemaal niet zo goed wist. En dat was precies wat ik nodig had. En voor mijn man gold hetzelfde. We zijn het blijven doen. En dat voelt nog steeds goed.


Over de schrijver
Paula Boshouwers is de oprichtster van House of Ichō
Reactie plaatsen