2018 | De tweede diagnose – uitzaaiingen

4 April 2018

 

Mijn man en ik waren net weer ouders geworden. 9 jaar na onze dochter. Onze zoon was geboren op een van de koudste dagen van 2018. De grachten van Amsterdam waren dichtgevroren, maar wij stonden in vuur en vlam en onze harten vloeiden over van liefde. Ik heb altijd geweten dat er nog een zoon zou komen in ons gezin. Juist ook in de moeilijke jaren na de geboorte van onze dochter. Zij was nog geen 1 jaar oud toen er bij mij voor de eerste keer borstkanker werd geconstateerd. Dat was 5 jaar nadat mijn moeder eraan was overleden.

 

We zaten in de wachtruimte van het ziekenhuis. Een plek die ik inmiddels zo goed kende. Eenmaal in de spreekkamer van de internist was er slecht nieuws. Op de CT scan was te zien dat mijn borstkanker tijdens de zwangerschap was doorgegroeid. De scan liet uitzaaiingen zien in mijn lever, linker longvlies en ruggengraat. Ik begreep er niets van. Ondanks de korte nachten voelde ik me kiplekker en dan nu dit. Het zwartste scenario ontvouwde zich daar in de wachtkamer met naast ons in de kinderwagen een 6 weken oude baby, stralend van leven.

 

Er was gelukkig wel al een plan: hormoontherapie “om de kanker te stabiliseren en hopelijk wat terug te dringen”. “Maar je komt er nooit meer vanaf”, aldus de internist. Mijn lieve arts, ook hij zag er terneergeslagen uit. Toen hij de spreekkamer uit was kwam er een oerschreeuw diep uit mijn binnenste. Zo eentje die je wel in films ziet als de politiemensen bij de deur komen vertellen dat er een dierbare is overleden. Het voelde een beetje overdreven maar hij was er ineens. Ik kon wel kotsen. Waarom ik, waarom nu? Ik had toch alles al gehad? Mijn moeder was jong overleden aan borstkanker, mijn vader was inmiddels ook dood. Ikzelf had al kanker gehad en het ging zo goed. Iemand anders is godverdomme aan de beurt. Ik hoor nu op een roze wolk te zitten en niet wéér voor mijn leven te moeten vrezen.

 

Die dag hebben mijn man en ik elkaar de hele dag vastgehouden en gehuild, zo veel gehuild. We zagen alles voorbijkomen. Dat hij alleen verder zou moeten. Dat onze kinderen geen moeder meer zouden hebben. Ik ziek, uitgemergeld, lijdend, stervend. Het was te veel. Ik belde een vriendin die ook kanker heeft, uitgezaaid naar de lever, die inmiddels als weer heel wat jaren stabiel is. Zij had dit moment ook meegemaakt, meerdere keren. Ik hoopte dat zij iets kon zeggen wat mij wat kon troosten. Ze zei: “het is nu zwarter dan zwart, maar weet dat het leven je weer meeneemt.“ Ik geloofde het toen niet, maar het bleek waar.

 

Schrijf je in voor de nieuwsbrief